Samen leven en samenleven
In een stad met ruim 70.000 inwoners en dus 70.000 individuen met
70.000 meningen is het een uitdaging om met z’n allen prettig samen te
leven. D66 gelooft niet dat je dat in goede banen leidt door het creëren van vele regeltjes over wat mag of moet. Of door het overnemen van de eigen verantwoordelijkheid van mensen en of doordat de bestuurders weten wat goed voor de Alphenaren is.
Actief burgerschap
In Nederland heeft het individualisme zich sterk ontwikkeld. Individualisering is enerzijds een goede zaak, het heeft mensen emancipatie, meer zelfstandigheid en keuzevrijheid gebracht. Anderzijds is er het gevaar van egoïsme en minder solidariteit, waardoor de zwakkeren het onderspit dreigen de delven. D66 pleit daarom in Alphen aan den Rijn voor een actief burgerschap. De Alphenaar is geen consument. De Alphenaar kan niet lijdzaam toekijken als zijn omgeving verslechtert. We moeten weer gaan inzien dat de samenleving van onszelf is. Dat iedereen erbij hoort. D66 gaat uit van de eigen verantwoordelijkheid van de burger, ziet de (lokale) overheid als een middel, en niet als doel, om zaken goed geregeld te krijgen. We verwachten van de inwoners van Alphen aan den Rijn een inspanning om de eigen leefomgeving zo prettig mogelijk te maken; de
verwachting dat de gemeente alles wel zal regelen is niet reëel. Wij noemen dat “actief burgerschap”. Aan de andere kant dient de gemeente, daar waar het om gemeentetaken gaat, zich maximaal in te spannen om te luisteren naar haar inwoners en de belangen af te wegen. Actief luisteren, niet wachten totdat men een brief stuurt of een inspraakronde ontdekt, maar uitnodigen om mee te denken en te beslissen over de toekomst van de eigen straat, wijk en stad.
Tolerantie en diversiteit
Tolerantie is iets anders dan onverschilligheid of gebrek aan respect. D66 pleit voor meer onderling respect voor mensen die uit een andere cultuur
komen. Als mensen beknot worden in hun vrijheid of bedreigd in hun
veiligheid, moet de overheid duidelijk en krachtig optreden. Namens ons
allen. Een andere opvatting of levensovertuiging is prima, maar die mag
nooit ten koste van een bepaalde groep. In een geëmancipeerde samenleving is geen plaats voor discriminatie. Opheffing van alle vormen van achterstand van mensen, zoals op grond van geslacht, huidskleur, seksuele geaardheid, geloofsovertuiging, leefvorm, nationaliteit, leeftijd, etc. is noodzakelijk. D66 zet zich in van een actieve bestrijding van discriminatie en racisme en verwacht daarbij een actieve rol van de lokale overheid.
D66 kiest niet voor de schijnbaar makkelijkste oplossing door alles of iedereen die afwijkt af te wijzen. Verschillen tussen mensen (diversiteit) is een kracht, een kans op een rijkere samenleving. Niet bang zijn voor
elkaar, maar elkaar opzoeken en leren van elkaars verschillen.
De rol van de overheid is om te zorgen voor randvoorwaarden, garanties bieden voor gelijke kansen en toezicht houden op kwaliteit. Als regisseur geeft zij ruimte aan initiatieven, stimuleert vernieuwing en brengt
partijen bij elkaar. Zelfstandig kunnen deelnemen aan de maatschappij, werk en het leren van de taal blijven de uitgangspunten van het integratiebeleid. Tolerantie en diversiteit, maar altijd binnen de grenzen die zijn gesteld in de Nederlandse wet.
Integreren kan alleen via de Nederlandse taal
D66 vindt dat integratie begint bij het leren van de Nederlandse taal. Het beheersen van de Nederlandse taal is een voorwaarde om te komen tot integratie en participatie in de Nederlandse samenleving, alsmede om te
komen tot zelfontplooiing en emancipatie van de vrouw. D66 constateert dat met name allochtone vrouwen die niet in Nederland geboren zijn, de Nederlandse taal vaak niet of onvoldoende machtig zijn. En hoewel het
uitgangspunt moet zijn dat algemeen beleid in principe voor een ieder dient te gelden, moet daar waar mogelijk specifiek beleid mogelijk zijn. Dus: een actieve rol van de lokale overheid, bijvoorbeeld met
inschakeling van de bibliotheek. Het is nog steeds niet gelukt om alle allochtone inwoners (veelal vrouwen en/of ouderen) die het Nederlands
niet machtig zijn, een goede basis in het Nederlands te geven. Er is behoefte aan taalonderwijs op maat: dus rekening houdend met verschillende niveaus en waarbij blokkades, zoals reisafstand en zorg voor kinderen, zoveel mogelijk opgeheven worden.
Hetzelfde geldt ook voor inburgeringcursussen en andere initiatieven om de allochtone Alphenaar een goede kans te geven om mee te doen in deze samenleving. Deze mogelijkheden om goed te integreren moeten we niet alleen aanbieden aan diegene die dat door de wet verplicht worden, maar aan allen die het willen.



word lid







